Smeedwerk uit Assen

Het van smeed- en gietijzer gemaakte TOEGANGSHEK van de in 1822 aangelegde Noorderbegraafplaats is zeer waarschijnlijk vervaardigd door de Asser IJzer- en Metaalgieterij (alhoewel de naam van de fabriek niet op het hek is aangetroffen). Omdat verschillende ijzergieterijen sterk op elkaar gelijkende toegangshekken voor begraafplaatsen vervaardigden kan het toegangshek een andere herkomst hebben. Omschrijving Het symmetrische hek is voorzien van vlamvormige gietijzeren ornamenten die zijn bevestigd aan en op de regels en de ronde spijlen van smeedijzer. De gecanneleerde gietijzeren balusters met pijnappelbekroning staan op hardstenen blokken. De hogere, openslaande hekdelen in het midden hangen aan posten die bestaan uit smeedijzeren stijlen en van boven naar beneden zijn ingevuld met gietijzeren doodssymbolen in de vorm van vliegende zandloper, staartbijtende slang aan samengebonden, gekruiste zeisen en eveneens gekruiste, gekeerde fakkels. De omkranste uiltjes die oorspronkelijk bovenop de hekposten stonden zijn verdwenen. De hekken aan weerszijden zijn lager, met naar de openslaande hekken toe omhoogbuigende delen, waarvan het rechter eveneens fungeert als toegangshek. De gietijzeren ornamenten en de doodssymbolen van de hekken zijn zwart, de smeedijzeren delen groen geschilderd. Waardering De geheel van ijzer vervaardigde entree van de Noorderbegraafplaats is in diverse opzichten een waardevol object. Het hekwerk is in de eerste plaats van cultuurhistorisch belang als een karakteristiek onderdeel van de negentiende eeuwse Nederlandse begraafplaatsen. Dergelijke in ijzer uitgevoerde, nog min of meer gave hekken zijn bovendien vrij schaars geworden, waardoor ze zeldzaamheidswaarde hebben. De hekken zijn evenals de eveneens beschermde grafmonumenten van de fanmilies Van Bulderen en Brumsteede van belang als onmisbare onderdelen van de negentiende eeuwse aanleg van de Noorderbegraafplaats, waardoor ook hun ensemblewaarde groot is. De hekken zijn tevens onderdeel van het beschermde stadsgezicht. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)