De Heemtuin

Ten zuiden van de Oude Vijver komt u via een bruggetie in de Heemtuin van het Asserbos. De paaltjesroute met de rode stippen voert naar de Heemtuin. De tuin werd in de jaren zestig aangelegd. Geprobeerd is de omstandigheden
in de tuin zo te maken dat verschillende vegetatietypen zich er op natuurlijke wilze ontwikkelen. De afgelopen laren zijn op nauwelijks een halve hectare enkele Drentse landschap- pen in het klein ontstaan.

De bosranden

Aan de zuidkant van de Heemtuilt groeien veel elzen, aan de noordkant andere inheemse boomsoorten als de Haze’ laar, de Meidoorn, de Lijsterbes, de Vuilboom en de Grauwe wilg. In het voorjaar vindt u met name langs de zuidrand allerlei vooijaarsbloeiers als Bosanemoon, Speenkruid en Witte klaverzuring. Dankzij het reservevoedsel in de wortels van deze plantjes kunnen ze snel tot bloei komen.

Als het blad aan de bomen komt en het zonlicht de bodem niet meer bereikt, trekken de voorjaarsbloeiers zich in de bodem terug om pas het volgend voorjaar weer boven te komen.

Het veen

Het veengebiedje in de Heemtuin heeft de kenmerken van de voor Drenthe zo kenmerkende Struik- en Dopheide- gemeenschappen. Het is een voedselarme omgeving waaÍ Zonnedauw, Veenbes, Veenmos en Lavendelheide met heel weinig genoegen nemen. Zonnedauw vangt met zijn kleverige blaadjes insecten. Afplaggen zorgt ervoor dat voedings- stoffen worden afgevoerd en dat de veenvegetatie steeds meer kans krijgt.

Het ven

Het ven was van oorsprong een laagte met water, maar het is ‘verland’ en dichtgegroeid met water- en moerasplanten. De rand is begroeid met struiken en bomen als de Els en de Wilg die je in een moerasbos tegenkomt. Als niet wordt ingegrepen, zal ook het gedeelte met water- en moerasplan- ten langzaam in een moerasbosje veranderen. Enkele moe- rasplanten zijn de Gele Jis. de Moerasvergeel-mij-niet en allerlei zeggesoorten.

Het grasland

Door eenmaal per jaar te maaien en het gemaaide gras afte voeren is in de Heemtuin een echt ‘boerengrasland’ ont- staan met veel Pinksterbloem, I(oekoeksbloem, de Gestreepte witbol, de Grote ratelaar en de Veldzuring. Paardebloemen en brandnetels wijzen erop dat het land daar nog steeds voedselrijk is.

De plas

Anders dan het ven is de plas in de Heemtuin voedselrijk. Planten die dat op hun waarde weten te schatten, zijn bij- voorbeeld de Gele lis en de Grote egelskop. Waterplanten vermeerderen zich meestal door middel van wortelstokken en uitlopers. Planten als de Gele lis en de WaterweegbÍee vermeerderen zich ook door middel van zaden. Dankzij een luchtholte gaan de zaden op het water drilven tot ze ergens aanspoelen eÍ kunnen ontkiemen.

De paden

Op plaatsen waar veel wordt gelopen, is de bovenste laag van de grond verdicht waardoor de meeste planten moeite hebben hier te wortelen. Ook zorgt de bodemverdichting voor een grote wisseling van de omstandigheden in droge en natte perioden- Alleen de zogeheten tredplanten zijn tegen deze extreme omstandigheden opgewassen. Het gaat hier om planten als Zilverschoon, Glote weegbree, Witte klaver en allerlei grassoorten.

Bron. tekst : wandelgids Asser bos